Inleiding
Een muziekvoorstelling trekt 300 bezoekers. Een kinderkaartje kostte € 2,50 en een kaartje voor volwassenen kostte € 4,50. In totaal is er voor € 1110,00 aan inkomsten door de kaartverkoop.
Wil je nu weten hoeveel volwassenen en hoeveel kinderen er in de zaal zaten, kun je met twee variabelen werken. Je krijgt dan twee vergelijkingen met twee onbekenden en die kun je op verschillende manieren oplossen.
Over het oplossen van dergelijke stelsels vergelijkingen gaat dit onderdeel.
Je leert nu:
- systematisch een stelsel vergelijkingen met twee variabelen oplossen;
- gebruik maken van substitutie.
Je kunt al:
- werken met variabelen (met 'letters');
- eenvoudige algebraïsche technieken zoals terugrekenen, de balansmethode bij vergelijkingen en werken met haakjes.
|
|