Voorbeeld
Bekijk in de applet wat je bedoelt met de afstand van een lijn l: 2x + 3y = 6 tot een cirkel met middelpunt M(3,4) en straal 2.
(Beweeg punt Q over de lijn.)
Bereken de afstand van lijn l tot cirkel c.
Antwoord
Het gaat om de kortste lengte van lijnstuk QS.
Dat bereik je als lijn MQ loodrecht op l staat.
De vergelijking van die lijn MQ is: 3x – 2y = 1.
(Ga dat na!)
Het punt Q dat bij de kortste afstand |QS| hoort is (,).
Hiermee bereken je de lengte van PQ en dan vind je de kortste lengte van SQ door de straal van de cirkel daarvan af te trekken. Ga na, dat je het juiste antwoord vindt.
|