KANSMODELLEN Overzicht
Ja/nee kansen

Voorbeeld

Je beantwoordt volledig op de gok 20 vierkeuzevragen. Van de vier keuzes per vraag is er telkens maar één goed.
Hoe groot is de kans dat je er 6 goed hebt?

Antwoord

Elke vraag heb je een kans van 0,25 op "goed" en een kans van 1 – 0,25 = 0,75 op "fout". Verder herhaal je dit "spel" 20 keer met steeds dezelfde kansen.
Het is daarom een binomiaal kansprobleem.

De gevraagde kans is: P(X = 6) = 0,256 · 0,7514 ·  ( 20 6 )  ≈ 0,1686.

Inleiding
Uitleg
Theorie
Voorbeeld 1
Voorbeeld 2
Voorbeeld 3
Practicum GR
Opgaven