Theorie
Er bestaan veel verschillende soorten functies.
Als y een lineaire functie is van x heeft het functievoorschrift de vorm y = ax + b, waarin
- a het hellingsgetal is;
- b het begingetal, de functiewaarde bij x = 0 is.
De grafiek van een lineaire functie is een rechte lijn door (0, b) en (1, b + a).
Voor "hellingsgetal" wordt wel het woord richtingscoëfficiënt gebruikt, want dit getal bepaalt de richting van de grafiek.
Als y een kwadratische functie is van x heeft het functievoorschrift de vorm y = ax2 + bx + c of is het in die vorm te schrijven.
De vorm van de grafiek hangt af van de waarden van a, b en c, maar is altijd een parabool.
Bij het berekenen van nulpunten maak je vooralsnog gebruik van ontbinden in factoren.
Je noemt f(x) = ax + b een familie van functies (in dit geval de familie van de lineaire functies). Het gaat daarbij om een verband tussen de variabelen x en y = f(x).
a en b noem je parameters.
Zo heb je ook de familie van de kwadratische functies. Er bestaan nog veel meer families van functies...
|
|