Voorbeeld
Als een kabel aan beide uiteinden op dezelfde hoogte wordt opgehangen, dan neemt het de vorm aan van een zogenaamde "kettinglijn". Daarbij past een formule zoals: h(x) = 0,05(e0,15x + e–0,15x) + 10 waarin h de hoogte boven de grond is. x en h zijn beide in m, de ophangpunten zitten bij x = 30 en x = –30.
Hoeveel afstand zit er tussen twee punten van de kabel die 12 m boven de grond zitten?
Antwoord
Je moet oplossen 0,05(e0,15x + e–0,15x) + 10 = 12.
Deze vergelijking kun je niet algebraïsch oplossen, dus je gebruikt je grafische rekenmachine.
Met behulp daarvan vind je x ≈ 24,59 en x ≈ –24,59.
De afstand tussen beide punten is ongeveer 49,18 m.
|
|