Fietsen met versnelling

Een praktische opdracht voor de eerste klas havo/vwo

Bronnen: Basiswiskunde: Verhoudingstabellen, Rekenen met verhoudingstabellen. Je moet weten hoe je met verhoudingen en verhoudingstabellen werkt.
Je fiets, je moet de tandwielen bekijken.
Theorie: Werken met verhoudingstabellen.
Resultaat: Volledig uitgewerkte antwoorden op de gestelde vragen. Zorg ervoor dat je de uitwerking zo maakt dat de vragen erin zijn verwerkt. Iemand die je uitwerking leest moet de opgave er niet bij hoeven te hebben.
Studielast: 2 - 3 uur

Fietsen hebben een voortandwiel (dat aan de trapas vast zit) een een achtertandwiel aan de achteras. Het aantal tanden van die tandwielen bepalen de versnelling. Voortandwielen hebben gemiddeld 42 tot 54 tanden; achtertandwielen 12 tot 34 tanden.

Het aantal keer dat het achterwiel rondgaat als het voorwiel één keer rondgaat heet de overbrenging. Bij elke verhouding van de tanden op de twee tandwielen kun je die overbrenging berekenen in twee decimalen nauwkeurig.

De afstand die de fiets met één pedaalslag vooruit gaat noemen we het verzet. Het verzet hangt af van de overbrenging.


Uitwerking:

Cijfer = (12 + 18 + 6 + 4) / 4