Een mooie proeftuin om alle aspecten van differentiëren te leren kennen en te oefenen is een categorie functies die in de wiskunde veeltermfuncties wordt genoemd. Een veeltermfunctie heeft een voorschrift dat bestaat uit een optelling van machtsfuncties met gehele positieve exponenten (een veelterm of polynoom).
Hierboven zie je een functie waarvan het voorschrift bestaat uit een product van vier veeltermen.
> Werk de haakjes uit en laat zien dat het functievoorschrift ook een veelterm is.
> Bepaal de afgeleide en bereken (met de GR) de extremen.
> Bereken alle buigpunten van `f`.
> Kon je van tevoren aan het functievoorschrift zien hoeveel extremen en buigpunten er moesten zijn?
Hier zie je de grafiek van de functie `f(x) = (x^2 - 1)(x^2 - 2)(x^2 - 3)(x^2 - 4)`.
Werk je de haakjes uit, dan krijg je:
`f(x) = x^8 - 10x^6 + 35x^4 - 50x^2 + 24`.
De functie heeft een voorschrift dat bestaat uit een optelling (aftrekking) van machtsfuncties waarvan de exponent een geheel getal groter of gelijk aan 0 is. Je noemt zo'n uitdrukking een veelterm of polynoom. Functie `f` is een veeltermfunctie. In dit geval spreek je van een achtstegraads functie omdat 8 de hoogte exponent van `x` is die voorkomt. Er zijn ook acht nulpunten. Meer is onmogelijk, minder kan wel, volgens de hoofdstelling van de algebra.
Om extremen te bepalen ga je differentiëren.
`f'(x) = 8x^7 - 60x^5 + 140x^3 - 100x = 0` geeft hier 7 oplossingen.
Meer is onmogelijk, minder kan wel, volgens de hoofdstelling van de algebra.
Om buigpunten te bepalen stel je de tweede afgeleide gelijk aan 0.
`f''(x) = 56x^6 - 300x^4 + 420x^2 - 100 = 0` geeft hier 6 oplossingen.
Meer is onmogelijk, minder kan wel, volgens de hoofdstelling van de algebra.
‡
Een veelterm (of polynoom) is een uitdrukking van de vorm
`a_n x^n + a_(n - 1) x^(n - 1) + a_(n - 2) x^(n - 2) + ... a_2 x^2 + a_1 x + a_0`
Een functie waarvan het voorschrift zo'n veelterm is heet een veeltermfunctie of `n`-de graads functie.
Het domein van dergelijke functies is `RR`.
De hoofdstelling van de algebra zegt dat een vergelijking zoals
`a_n x^n + a_(n - 1) x^(n - 1) + a_(n - 2) x^(n - 2) + ... a_2 x^2 + a_1 x + a_0 = 0`
maximaal `n` reële oplossingen heeft.
Het bewijs van deze stelling vereist een verdere studie van de algebra...
Deze stelling betekent wel dat een `n`-de graads functie maximaal `n` nulpunten heeft.
Bovendien betekent dit dat er maximaal `n - 1` extremen en maximaal `n - 2` buigpunten zijn.
Als je veeltermen vermenigvuldigd, krijg je opnieuw een veelterm. Zie Voorbeeld 3.
Maar als je veeltermen deelt, dan is dit niet altijd het geval. Zie Voorbeeld 4.
‡
De functie `f` met `f(x) = x^3 + 9x^2 - 610x + 600` is een derdegraads functie. Als je hem met de standaardinstellingen van de grafische rekenmachine in beeld brengt, zie je één nulpunt, namelijk `(1,0)`.
Bereken algebraïsch de andere nulpunten.
Je moet oplossen: `x^3 + 9x^2 - 610x + 600`.
Je hebt geen algemene methoden voor het oplossen van een derdegraads vergelijking geleerd. Maar je kunt gebruik maken van het gevonden nulpunt `(1,0)`. Dat betekent namelijk dat `x = 1` oplossing van de vergelijking is (controleren door invullen). En daarom is te vergelijking te schrijven als `(x - 1)(...) = 0`.
Met een staartdeling vind je:
`(x - 1)(x^2 + 10x - 600) = 0`
Dit kun je verder ontbinden:
`(x - 1)(x - 20)(x + 30) = 0`
De oplossing is:
`x = 1 vv x = 20 vv x = -30`.
Er zijn dus precies drie nulpunten:
`(1,0)`, `(20,0)` en `(-30,0)`.
‡
Gegeven is de familie van functies
`f_p(x) = x^3 - px^2 + 9x`.
Voor welke waarden van `p` heeft de grafiek van `f_p` precies twee extremen? Toon ook aan dat elke functie van deze familie precies één buigpunt heeft.
Voor de extremen geldt:
`f_p'(x) = 3x^2 - 2px + 9 = 0`
Er zijn twee oplossingen als
`D = (-2p)^2 - 4 * 3 * 9 > 0`.
Dit is het geval als: `p < sqrt(27) vv p > sqrt(27)`.
Omdat de grafiek van `f_p'` dan een dalparabool is met twee nulpunten, wisselt de afgeleide ook van teken, zodat er inderdaad extremen te bewonderen zijn.
Voor de buigpunten geldt:
`f_p''(x) 6x - 2p = 0`
Deze vergelijking heeft voor elke `p` precies één oplossing. De grafiek van `f_p''` is een rechte lijn met een nulpunt en `f_p''` wisselt dus van teken, er is een buigpunt.
‡
`f(x) = x^3 - 8x^2` en `g(x) = x^2 - 4` zijn voorbeelden van functievoorschriften van veeltermfuncties.
`p(x) = f(x) * g(x)` is het product van deze veeltermfuncties.
Laat zien dat `p` ook een veeltermfunctie is en leg uit waarom het aantal toppen van de grafiek van `p` precies één meer is dan dat van `f` en `g` samen.
`p(x) = (x^3 - 8x^2)(x^2 - 4) = x^5 - 8x^4 - 4x^3 + 32x^2`
Je ziet dat het functievoorschrift van `p` inderdaad als veelterm kan worden geschreven.
De extremen vind je uit `p'(x) = 5x^4 - 42x^3 - 12x^2 + 64x = 0`.
Ondanks dat je `x` buiten haakjes kunt halen, is deze vergelijking niet eenvoudig op te lossen.
Je moet de extremen van `p` daarom met de GR bepalen.
Ga na, dat je vindt: max.`p(-1,44) ~~ 37,71`, min.`p(0) = 0`, max.`p(1,37) ~~ 26,42` en min.`p(6,46) ~~ -2424,9`.
Bekijk je alle drie de grafieken, dan zie je dat `f` twee, `g` één en `p` vier extremen heeft. Waarom dit zo is, zie je aan de hun afgeleiden. `f'` heeft 2 als hoogste macht, `g'` heeft 1 als hoogste macht en `p'` heeft 4 als hoogste macht. Die hoogste machten van de afgeleiden bepalen hoeveel extremen er hoogstens zijn.
‡
`f(x) = x^3 - 8x^2` en `g(x) = x^2 - 4` zijn voorbeelden van functievoorschriften van veeltermfuncties.
`q(x) = f(x) // g(x)` is het quotiënt van deze veeltermfuncties.
Laat zien dat `q` geen veeltermfunctie is en bepaal de asymptoten van de grafiek van `q`.
`q` wordt opnieuw een veeltermfunctie als deling van `f` en `g` "op 0 uitkomt".
Dat is echter niet het geval, als je een staartdeling uitvoert houd je `-28x` over.
Dit betekent: `q(x) = (x^3 - 8x^2)/(x^2 - 4) = x - 8 - (28x)/(x^2 - 4)`.
Het functievoorschrift krijgt niet de gedaante van een veelterm, het blijft een gebroken functie.
Als `x^2 - 4 = 0` dan zijn er geen reële uitkomsten (delen door 0).
Dit is het geval als `x = -2 vv x = 2`. Aan de grafiek zie je dat bij deze waarden van `x` verticale asymptoten optreden.
Horizontale asymptoten zijn er niet: als `x` oneindig groot wordt, benadert `(28x)/(x^2 - 4)` de waarde 0 en wordt dus `q(x) ~~ x - 8`. Hetzelfde geldt als `x` hele grote negatieve waarden aanneemt.
‡
![]() |
![]() |
Bestudeer Voorbeeld 2.
Gegeven zijn de functies `f(x) = x^2` en `g_a(x) = x + a`. In de figuur zie je de grafieken van `f` en `g_4`.
Functie `h_a` is gegeven door `h_a = f (x) * g_a(x)`.
Voor het bouwen van een eenvoudige fietsenstalling is 40 m2 golfplaat beschikbaar.
Daarmee worden beide zijwanden, de achterwand en de bovenkant bekleed.
Het geraamte van het bouwsel wordt zo gemaakt dat een zuiver rechthoekig blok ontstaat, dat even hoog als diep is.