PERIODIEKE FUNCTIES Overzicht
Cosinusfuncties

Voorbeeld 4

Voor een bepaalde waarde van x geldt sin(x) = 0,2.
Bereken nu de exacte waarde van cos(x).

Antwoord

In de Theorie zie je dat er verschillende verbanden bestaan tussen sin(x) en cos(x).
Bijvoorbeeld: sin2(x) + cos2(x) = 1.

Met sin(x) = 0,2 wordt dit: 0,22 + cos2(x) = 1.
En dus is: cos2(x) = 1 – 0,04 = 0,96.

Je vindt daarom twee mogelijke waarden voor cos(x), namelijk:
cos(x) =  0,96  =  0,4 6   V  cos(x) = – 0,96  = – 0,4 6 .

Inleiding
Uitleg
Theorie
Voorbeeld 1
Voorbeeld 2
Voorbeeld 3
Voorbeeld 4
Opgaven