Verhoudingen en procenten

Samenvatten

Als je door de stad loopt, kom je langs winkels die allerlei producten te koop aanbieden. Om geen slechte koop te doen moet je prijzen op de juiste manier met elkaar kunnen vergelijken. Als iets te duur is om meteen te kopen, kun je er voor sparen. Bij een bank krijg je rente. Die rente wordt berekend met procenten. Ook winkeliers werken vaak met procenten. Bijvoorbeeld om de korting tijdens de uitverkoop te bepalen.

De volgende opgaven zijn bedoeld om overzicht over het onderwerp Verhoudingen en procenten te krijgen. Dit betreft van het domein Rekenen de onderdelen 13, 14, 15, 16 en 17. Het is nuttig om er een eigen samenvatting bij te maken.

Je leert nu:

  • rekenen in verhoudingstabellen (Rekenen 13)
  • met verhoudingstabellen verhoudingen vergelijken (Rekenen 14)
  • werken met procenten (Rekenen 15)
  • rekenen met procenten in de praktijk (Rekenen 16)
  • werken met procenten eraf of erbij in de praktijk (Rekenen 17)

Je kunt al:

  • rekenen met breuken;
  • de voorrangsregels bij het rekenen gebruiken.

Opgaven

  1. Je ziet hier een verhoudingstabel.

    aantal505110201535 
    kosten12012 24   3,6

    1. Leg uit waarom dit met de gegeven getallen inderdaad een verhoudingstabel is.
    2. Maak de tabel verder af.
    3. Welke vier bewerkingen kun je in een verhoudingstabel uitvoeren? Geef van elk van die bewerkingen een voorbeeld in de tabel hierboven.

  2. Wat is meer 12 van de 50 of 14 van de 60?
    Bepaal het antwoord met behulp van verhoudingstabellen.

  3. Hoeveel procent is 12 van de 18?
    1. Beantwoord deze vraag met behulp van een verhoudingstabel.
    2. Beantwoord deze vraag zonder verhoudingstabel.

  4. Rekenen met procenten.
    1. Hoe reken je 18% van 680 uit?
    2. Hoe reken je 18% van `1/4` deel van 680 uit?

  5. Rekenen met procenten eraf en erbij.
    1. Je krijgt op een bedrag van € 650,00 wel 35% korting. Leg uit hoe je kunt berekenen hoeveel je moet betalen.
    2. Voor een artikel van € 62,50 hoef je maar € 50,00 te betalen. Leg uit hoe je kunt berekenen hoeveel procent korting je krijgt.
    3. Op 1 januari 2000 woonden in de gemeente Zutphen 35.000 mensen. De bevolking groeit met 4% per jaar. Leg uit hoe je kunt berekenen hoeveel inwoners Zutphen heeft op 1 januari 2001 en op 1 januari 2010.